Doorgaan naar hoofdcontent

Recensie: "... een bijna evenzeer gevoelig als ethisch moeilijk onderwerp"

In dit essay behandelt de auteur een bijna evenzeer gevoelig als  ethisch moeilijk onderwerp: de mens als grootste vijand van het klimaat, zichzelf en daarbij de wereld.

Er blijkt reeds in het jaar 1972 een “Club van Rome” te zijn samen geweest, bestaande uit ambtenaren en industriëlen, die een voorspellend document de wereld hebben ingestuurd met hun toekomstvisie over de leefbaarheid van de wereld, afhankelijk van vijf verschillende parameters, maar met als belangrijkste de bevolkingsgroei. Later werd deze studie langs alle kanten aangevallen, en tegengesproken. Echter, de feiten laten de grote voorspellende kracht van het document zien.

Het essay behandelt echter nog een ander document. Een soortgelijk document werd reeds opgesteld in 1798, met zelfsoortige maar andere voorspellingen, maar zonder rekening te houden met o.a. de industriële revolutie. Ook daarin stelde de toenmalige auteur, Thomas Robert Malthus, dat de bevolkingstoename het grootste probleem zal zijn, o.a. met de capaciteit van de wereldlijke voedselproductie, die lineair steeg, terwijl de bevolking exponentieel explodeerde.

Deze laatste werd gecontesteerd omwille van de radicale conclusies die hij stelde: doe niet aan medemenselijkheid, zet geen noodhulp op voor door rampen geteisterde gebieden, laat oorlogen gerust gebeuren en doe niet aan voedselhulp. Want al wat je nu doet om goed te doen zal zich later negatief wreken via meer leed wanneer de populatie te groot wordt, en veel meer mensen noodlijdend zullen zijn, ziek, hongersnood kennen en in een oorlogssituatie verkeren. Deze zeer crue standpunten kwamen nota bene van een professionele dominee.

De uiterste reacties op de situatie zijn dus duidelijk niet aan de orde, omdat het een ongemakkelijke waarheid is dat het individuele leven door velen in de bevolking hoger naar waarde geschat wordt dan het overleven van de soort. Institutionele levensbeëindiging is dus – terecht – onbespreekbaar. Een aantal andere maatregelen trekken dan de aandacht. Een daarvan is de geboortebeperking. China heeft ook daarin een grote voorsprong getoond, en daaruit leren we dat de bevolkingsaangroei toch problematisch is voor het klimaat door een grotere levensverwachting van het individu. Geboortebeperking alleen lost het probleem van het klimaat dus niet op.

Inmiddels zijn er tevens een aantal initiatieven om de wereld te redden door haar op te kuisen. Maar de vraag is of dit effectief helpt, gezien het probleem van de stijging van het zeeniveau. Daarom roept de auteur op tot een alternatief: bouw eerst de goede dijken om het droog te houden, werk pas daarna aan de opkuis van de aarde.

Bron: www.emannuel.eu/tag/auteur-peter-van-druenen/

Reacties

Populaire posts van deze blog

Opinie: "Peter van Druenen schetst een somber maar wel realistisch beeld; ik hoop voor ons dat hij ongelijk krijgt"

Het interessante boek De Klimaat Paradox van Peter van Druenen (uitgeverij Cossee) handelend over bevolkingsgroei of klimaatbeheer stelt duidelijk dat de geweldige bevolkingsgroei nauwelijks afgewend kan worden. Hij neemt China als voorbeeld en stelt duidelijk dat de een-kind-politiek eigenlijk ook gefaald heeft. Hij haalt de geleerde econoom en theoloog Malthus erbij die ons 4 eeuwen geleden al duidelijk maakte dat de grote bevolkingstoename gekoppeld aan de onvermijdelijke toename van de consumptie en dus de productie het einde van de mensheid moet betekenen. Zijn boek, ook als je het niet met hem eens bent, zet je wel aan het denken. 3 aardbollen Het is waar dat wij 3 aardbollen nodig hebben om onze consumptie te bevredigen. Helaas hebben we er maar één. Peter van Druenen schetst (...) een somber maar wel realistisch beeld. Ik hoop voor ons dat hij ongelijk krijgt. Afrika-nieuws Dit fragment komt uit een artikel van Aart van der Heijde, consultant voedselveiligheid in Afrika-...

The Climate Paradox: Cossee non-fiction highlights

Quote 6: Windmolenparken

“Intussen vloeien de miljarden naar de windmolenparken en kunnen we ons afvragen welke industriële complexen, gelieerd aan welke publieke organen daar nu weer achter zitten.”