Doorgaan naar hoofdcontent

Filosofie voor klimaatdummies (essay)


Filosofie, Peter Sloterdijk, Peter van Druenen, De Klimaatparadox
(boekbespreking van 'Wat gebeurde er in de 20e eeuw?' van de Duitse filosoof Peter Sloterdijk in relatie tot mijn boek De Klimaatparadox)

“Zou je (…) de hele mensheid bijeenbrengen en op één plek samenpersen, dan zou ze een ruimte innemen van driehonderd miljard liter, dus net geen derde van een kubieke kilometer. Dat lijkt heel wat. Maar de wereldzeeën bevatten één miljard tweehonderdvijfentachtig miljoen kubieke kilometer water. Zou je dus de hele mensheid, deze vijf miljard mensenlichamen, in de oceaan dumpen, dan zou de zeespiegel niet eens een honderdste millimeter stijgen. Met deze lichte deining zou de aarde eens en voor al van mensen verlaten zijn.”

Met dit citaat uit 1983 van Stanislaw Lem, vooral bekend van zijn roman Solaris, brengt Peter Sloterdijk in zijn nieuwe bundel Wat gebeurde er in de 20e eeuw? de lezer al op de tweede pagina van zijn nieuwe bundel in verwarring. Is de mens inderdaad een te verwaarlozen kwantiteit te midden van de vaste, vloeibare en gasvormige massa’s van de aarde, of moeten we ons vooral iets aantrekken van de laatste zin in het citaat, waarmee Lem suggereert dat de aarde zonder de mensheid beter af zou zijn. Sloterdijk kiest voor het laatste. Logisch: de Duitse filosoof houdt zich al een tijdje bezig met de thema’s rondom klimaatverandering en de rol van de mens daarin. De afgelopen 15 jaar heeft hij met regelmaat geschreven en gesproken over dit onderwerp. Een aantal van deze artikelen en lezingen, gedateerd tussen 2005 en 2015, is gebundeld in Wat gebeurde er in de 20e eeuw? Twee hoofdstukken zijn nooit eerder gepubliceerd.

Antropoceen
Sloterdijk heeft een consistent en zelfs educatief en didactisch werk afgeleverd. De inhoud en de boodschap sluiten nauw aan bij de visie dat het menselijk handelen een afhankelijke variabele is in het evolutieproces. Het gegeven dat die afhankelijkheid gedurende het laatste millennium deels is overgegaan in een zekere mate van onafhankelijkheid, waarmee de menselijke soort een van de motoren is geworden van de klimaatverandering, kan in deze zienswijze ook als evolutionair worden aangemerkt. Hoe meer er van ons op aarde rondlopen en hoe welvarender we worden, hoe groter de schade. Deze ontwikkeling zal zich de komende decennia voortzetten. Hoewel de wereldwijde demografische groei in percentages de laatste jaren wat is afgevlakt, gaat de absolute toename gewoon verder. Waar in de geïndustrialiseerde landen de reproductiefactor rond de factor 1 balanceert (twee mensen produceren twee nakomelingen), zal die in de ontwikkelingslanden onder invloed van de toenemende welvaart de komende decennia een stuk hoger komen te liggen. Tegelijkertijd stijgt overal de gemiddelde leeftijd door de voortschrijdende medische wetenschap en een groeiende toegankelijkheid van de zorg in de breedte en de diepte. Natuurrampen, hongersnood en oorlogsleed zijn mediaspektakels geworden die wereldwijd leiden tot financiële en materiële hulpacties. Sterven, ook in onze directe omgeving, wordt steeds minder geaccepteerd als onderdeel van het leven. Elke dode is er een teveel. Het in stand houden van de soort door maatregelen die erop zijn gericht zo lang mogelijk te leven, is een Darwiniaans doel geworden. We investeren in medemenselijkheid en welvaart, maar voeden daarmee het monster dat eruit voortkomt, het monster van overbevolking, van te grote druk op de grondstoffenvoorraden en voedselbronnen, van milieuvervuiling, van klimaatverandering.

Dit paradoxale proces, waarin de mens als hoogste in de evolutionaire rangorde een groeiende en merkbare invloed uitoefent op de natuur waaruit ze voortkomt, is al eeuwen aan de gang. De Nederlandse Nobelprijswinnaar Paul Crutzen dichtte hiervoor in 2000 de term antropoceen, om aan te geven dat het officiële geologische tijdvak waarin de aarde momenteel verkeert, het holoceen, de lading al lang niet meer dekt. Weliswaar begint in het holoceen de geschiedenis van de traceerbare aanwezigheid van de mens, het feit dat de soort inmiddels zo ver is geëvolueerd dat ze substantieel invloed uitoefent op de geologische ontwikkeling van de aarde, zou moeten leiden tot een herdefinitie van de term. Of, zoals Crutzen bepleitte, de introductie van een nieuw era met een nieuwe naam waarin de antropos, de mens, prominent is vertegenwoordigd: het antropoceen. Overigens is de term nog niet officieel erkend door de geologie. Er is onvoldoende fysiek bewijsmateriaal waaraan een geologische breuklijn kan worden afgelezen.

Drie keer verlichting
De vraag wanneer het begin van dit tijdperk moet worden gedateerd, is een belangrijk thema in Sloterdijks Wat gebeurde er in de 20e eeuw?, dat wellicht beter Wat gebeurde er in het antropoceen? had kunnen heten. De 20e eeuw als periodeafbakening is immers een relatief begrip, afhankelijk van het onderwerp waarvoor het wordt gebruikt. Zo hebben we ten behoeve van een politieke benadering twee hele korte 20e eeuwen tot onze beschikking: de opkomst en ondergang van het communisme in Rusland tussen 1917-1990 en de scheuring en eenwording van Europa tussen 1914 en 2004. Wanneer we de Frans revolutie als startpunt nemen, kunnen we er ruim een eeuw aan vast plakken. Vanuit een economisch, demografisch en ecologisch gezichtspunt is het te verdedigen om het begin van de industriële revolutie in de 18e eeuw te gebruiken als startpunt. Of zelfs de 16e en 17e eeuw, wanneer we ook het proto-industriële tijdperk erbij willen betrekken. Voor Sloterdijk gaat het begin van de 20e eeuw nog verder terug: naar de vroege renaissance in de 14e eeuw. Meer concreet: naar 1351, het laatste jaar van de wereldwijde pestepidemie die aan zo’n 75 miljoen mensen het leven kostte. En 1353, het jaar waarin de Italiaanse dichter, geleerde en humanist Giovanni Boccaccio het manuscript van de Decamerone afrondde. Het bevatte honderd novellen die werden verteld door een gezelschap van drie mannen en zeven vrouwen uit de hogere kringen van Florence. Zij waren de stad ontvlucht en hadden hun intrek genomen in een villa in de heuvels. De verhalen betekenden volgens Sloterdijk een keerpunt in de middeleeuwse literatuur en kondigden het begin aan van de renaissance als de eerste van de twee verlichtingsperiodes van het vorige millennium. De mens was niet langer bereid om lijdzaam te berusten in het door God bepaalde lot:

“In een van de meest duistere uren in de geschiedenis van de mensheid, waarin zelfs het evangelie de overmacht van slecht nieuws niet meer kon breken, vervullen de novellen een para-evangelische functie. Ze verbreiden de blijde boodschap dat er ondanks alles nog altijd een levenskunst is in de wereld, die een nieuw begin belooft, te beginnen met de filosofische bekrachtiging van het recht op leven.”

Volgens Sloterdijk was de renaissance een project om de lijdzame berusting in het menselijk lot te saboteren. Ze was daarmee kwartiermaker voor de Verlichting in de 17e en 18e eeuw, die kan worden gekenmerkt als een project om het lot zelf te saboteren. Het antropoceen kwam in de 18e eeuw tot volwassenheid, na een moeilijke jeugd waarin de traditionele kerk zich met man en macht verzette tegen het verlichte denken en waarin een van de resultanten, de hervorming, zich aanvankelijk nestelde in de schoot van het fundamentalistische godsdenken. Parallel aan deze ontwikkeling startte het proces van globalisering, door Sloterdijk oceanisering genoemd. Hij verwijst daarmee naar de ontdekkingsreizen - die zoektochten naar geluk- van de vroegmoderne tijd. In dezelfde periode kwamen de industriële revoluties op gang en gingen machines en minerale brandstoffen de menselijke kracht vervangen in de productieprocessen.

Sloterdijk benoemt ook nog een derde verlichtingsgolf: de tweede helft van de 20e eeuw, waarin de mensheid zich in toenemende mate bewust werd van de schade die zij aanrichtte aan de aardse leefomgeving. Dit bewustwordingsproces raakte al vanaf het begin verstrikt in een strijd tussen gelovigen en ongelovigen: zij die de ernst van de situatie inzagen en maatregelen wilden nemen en zij die dat veel minder en zelfs niet wilden. Het werd de strijd tussen idealisten en materialisten, tussen minimalisten en expansionisten, tussen de ethiek van de ascese en die van het vuurwerk. Als gemeenschappelijke onderliggende waarde ging en gaat het om de vraag hoe het civilisatieproces kan worden geborgd en voortgezet: is de mens in staat om zichzelf te temmen, te domesticeren? Een positieve uitkomst is volgens Sloterdijk alleen mogelijk wanneer mensen zich weer als gewone stervelingen gaan zien en niet langer als Masters of the Universe, die onsterfelijkheid en totale controle over de natuur nastreven.

De list
Tot zover de eerste zes hoofdstukken van Wat gebeurde er in de 20e eeuw? Ik noemde in mijn inleiding de bundel consistent, educatief en didactisch. Met alleen maar een verwijzing naar de inhoudsopgave kan ik deze kwalificatie niet onderbouwen: de argeloze lezer wordt in de laatste twee hoofdstukken, ‘Odysseus de sofist’ en ‘De rede van de list’, getrakteerd op een ogenschijnlijk op zich zelf staand college filosofie, met gastrollen voor Socrates, Plato, Bacon, Kant, Hegel en Schopenhauer. Hij zal zich ongetwijfeld afvragen wat dit met het voorgaande van doen heeft. Wie echter de moeite neemt om uit de eerdere hoofdstukken de grote lijnen te induceren en op zoek te gaan naar de connectie tussen de list als filosofisch fenomeen en Sloterdijks bijdrage aan het klimaatdebat, is na afloop wijzer. Hij heeft inzicht gekregen in de wijze waarop het klimaatdebat is vastgelopen. Hij weet ook wat er nodig is om het weer in beweging te krijgen. Inzicht in het mechanisme van de list is hierbij cruciaal.

Odysseus, de held uit Homerus’ Odyssee, was de verpersoonlijking van de list in de Griekse mythologie. Zijn meer dan levensgrote standbeeld van een paard, waarmee de Grieken de stad Troje veroverden, kan worden gezien als de moeder aller listen. Het was volgens Sloterdijk een eenheid van kunst, drogreden en oorlogsmachine. Odysseus maakte ook daarna veelvuldig gebruik van zijn listigheid om de gevaren en de hinderlagen - die op zich zelf ook weer listen waren - tijdens zijn lange thuisreis naar Ithaka te weerstaan. Om zich te kunnen aanpassen aan de omstandigheden, veranderde hij zo vaak van persoonlijkheid dat hij bij aankomst niet meer werd herkend door zijn vrouw. De verhalenvertellers in Boccaccio’s Decamerone gebruikten hun vlucht naar de heuvels en het vertellen van humoristische, spottende en erotisch getinte novellen om de ellende van de Zwarte Dood te vergeten: zij saboteerden voor even de lijdzame berusting in hun lot. De belangrijkste list van de verschillende industriële revoluties tenslotte was de uitvinding en doorontwikkeling van de machine en de ontdekking dat deze in combinatie met minerale brandstoffen de menselijke kracht kon vervangen en multipliceren. De natuur had het nakijken. En nog steeds. Het anti-zwaartekrachtdenken van de tweede verlichting, dat parallel liep met de industrialisatieprocessen, had daarmee zowel een constructieve als een destructieve component: respectievelijk het verlichte denken en de moderniteit. Met dat laatste deed het beginsel overvloed haar intrede in het civilisatieproces, een beginsel dat zich zal handhaven, ook wanneer er is overgestapt op nieuwe natuurlijke hulpbronnen en de digitale revolutie de macht heeft overgenomen.

Op dat laatste is overigens wel het een en ander af te dingen: het is juist de digitale sector die hard bezig is om de meest vervuilende ter wereld te worden. Niet alleen nemen de technische mogelijkheden nog steeds snel toe, ook het aantal mensen dat ervan gebruik maakt groeit exponentieel. Het is daarbij niet zozeer de laptop of de mobiele telefoon die de energie opslurpt, maar de infrastructuur die het allemaal mogelijk maakt. Twee simpele zoekacties in Google veroorzaken evenveel CO2-uitstoot als het koken van een pannetje water. De honderden miljarden dagelijkse digitale handelingen zijn er de oorzaak van dat het aantal computercentra wereldwijd voortdurend moet worden uitgebreid. In China heeft op dit moment iets meer dan de helft van het aantal inwoners toegang tot internet. Het komende decennium zal dit de 100 procent naderen. De zogenaamde Carbon Footprint of the Internet zal uitgroeien tot de grootste veroorzaker van klimaatverandering.

De list van de rede
Volgens Sloterdijk is het de hoogste tijd om een ultieme list te bedenken: de list van de rede die uiteindelijk ook een ecologisch evenwicht moet gaan opleveren en tot doel heeft de strijd tussen de idealisten en de materialisten om te buigen in een vredesproces. Wanneer het klimaatdebat verstandig wil zijn, dient het naar twee kanten te worden aangepast: (1) het moet uit het moeras van meningen worden getrokken en (2) het moet worden ontdaan van hartstochten en particuliere belangen. Pas wanneer deze zuiveringen hebben plaatsgevonden kan “die onwaarschijnlijkheid die men wetenschappelijke objectiviteit noemt, tot norm en habitus van de theorie worden verheven.”
Sloterdijk laat het hierbij. Hij schrijft nog wel dat er een goede kans is op een overwinning van de rede, maar biedt ons slechts een richting. Consensus is mogelijk, maar we moeten zelf gaan zoeken. En dat gaat niet meevallen. Het klimaatdebat is de laatste jaren sterk gepolariseerd. De idealisten en de materialisten van Sloterdijk hebben de hakken in het zand gezet en bewegen nauwelijks meer. De twee groepen zijn inmiddels gelovigen en sceptici gaan heten, waarbij de eerste steeds geloviger worden en de tweede steeds sceptischer. De weg die Sloterdijk ons wijst, biedt de mogelijkheid te kiezen voor een zekere ambivalentie, of beter: pragmatisme. Het veiligstellen van de mensheid voor de gevolgen van de voortdenderende klimaatverandering krijgt daarin meer prioriteit: het aanleggen van dijken om de hoger wordende zeespiegel te weerstaan, het storm- en aardbevingbestendig maken van woonhuizen en het neutraliseren van smog in de steden. Een volgende stap is het uitbreiden van het huidige pakket aan milieumaatregelen met kansrijke oplossingen als aardwarmte, getijdenenergie, waterstof en kernfusie, de schone variant van kernsplitsing. In deze situatie kan een eerste wankel evenwicht tussen mens en natuur tot stand worden gebracht. Een evenwicht dat geleidelijk aan stabieler kan worden gemaakt door wereldwijde campagnes voor geboortebeperking en een toenemende kennis over duurzame productiemethoden en energiebronnen.

De sceptici kunnen een stap in de goede richting maken door de klimaatverandering te erkennen en de gelovigen zouden wat minder vertrouwen moeten hebben in de oplosbaarheid van de crisis met alleen maar het huidige pakket milieumaatregelen. Beide groepen moeten inzien dat er ook in het klimaatdebat listige lieden bezig zijn om de boel te misleiden. De ene kant wijst daarbij beschuldigend op de miljardenbelangen van de aardolielobby, de andere op die van het eco-industriële complex. Er is niemand die op de gedachte komt dat de groepen aandeelhouders van beide complexen elkaar wel eens zouden kunnen overlappen, met winstbejag als gemeenschappelijke factor.

In haar – evolutionair gezien – nog korte bestaan heeft de mensheid zich kunnen handhaven door haar vermogen tot aanpassing aan een veranderende leefomgeving, ook in het geval zij die veranderingen zelf in gang heeft gezet. Wanneer we met de bioloog Richard Dawkins aannemen dat in het model dat evolutieleer heet, de soort die overleeft dat doet door de weg van de minste weerstand te kiezen, kan in het klimaatdebat het pragmatisme - de niet-ideologische, zakelijke oplossing van vraagstukken - komen boven drijven en daarmee wereldreddend worden. De overwinning van de rede en de consensus van Sloterdijk leiden ons naar de heilige graal in het klimaatdebat: geloof in het bestaan van de crisis, scepsis over de verwachting dat die met de huidige oplossingsrichtingen tot staan kan worden gebracht en pragmatisme over de vraag wat er dan wel moet gebeuren.
Peter van Druenen, 3 oktober 2018

Reacties

Populaire posts van deze blog

Schrijver Jan Van Toortelboom bezoekt lezing over De Klimaatparadox en schrikt

Donderdag 17 januari 2019 mocht ik acte de présence geven tijdens 'Klankboek' in Ossenisse. Dat zijn maandelijkse avonden met literatuur en muziek. Het publiek bestond uit Zeeuws-Vlamingen en Vlamingen, een optimaal recept voor gezelligheid!

Jan Vantoortelboom Onder hen de schrijver Jan Vantoortelboom, bekend van boeken als De verzonken Jongen, Meester Mitraillette, De man die haast had en De Drager. Binnenkort verschijnt Jagersmaan.

www.facebook.com/jan.vantoortelboom

"Willem Oltmans speelt rol in boek De Klimaatparadox"

Dit artikel en de foto zijn overgenomen van dé website over Willem Oltmans: www.willemoltmans.nl.
In zijn boek De klimaatparadox wijdt auteur Peter van Druenen een lange passage aan de tweedelige interviewbundel Grenzen aan de groei van Willem Oltmans. Van Druenen vraagt in zijn boek aandachtig voor het effect van de bevolkingsgroei op het klimaatbeheer. Hij grijpt daarbij terug op de Club van Rome.

Oltmans en de wereldleiders Voor zijn in 1973 en 1974 verschenen bundels sprak Oltmans uitvoerig met allerlei wereldleiders en wetenschappers over de vijf thema’s van de Club van Rome, waaronder het milieu, eindige grondstoffen en overbevolking. Volgens Van Druenen is Oltmans erin geslaagd af te rekenen met ‘het linkse bezwaar dat de Club van Rome een eliteclub zou zijn’.

Overbevolking Het opmerkelijke aan de verzameling interviews is, aldus Van Druenen, dat geen van de 125 geïnterviewden het thema overbevolking als het belangrijkste issue zag. ‘Het onderwerp sneeuwde onder met de andere…

Recensie: "Enkele gedachten bij De Klimaatparadox van Peter van Druenen"

Jos Rampart. Ook het lezen van een dun boekje kan lang duren. Bij mij was de oorzaak daarvan dat ik het steeds op een andere plek legde om voorrang te verlenen aan andere literatuur of lectuur, zoals de dagelijkse kranten en reisgidsen over Berlijn, Düsseldorf en Bonn.

Peter heeft zijn handtekening er al in geplaatst op 6 september 2018 bij de presentatie van het werkje en nu, 12 november 2018 kan ik pas melden dat ik het helemaal heb gelezen. Ik heb het met veel belangstelling gelezen. De onderwerpen klimaat en overbevolking hadden niet bepaald mijn belangstelling, maar door het lezen van de studie van Peter, hebben die wel mijn belangstelling gekregen. Ook ik heb ooit het Aulaboekje aangeschaft over het Rapport van de Club van Rome. De grenzen aan de groei. Misschien heb ik niet de eerste druk gekocht maar een herdruk in 1973. Waarom ik het boekje heb aangeschaft, weet ik niet meer en wat ik ermee gedaan heb ook niet. Ik was toen 23 jaar.

Dat de wereldbevolking per jaar met 83 miljo…