Doorgaan naar hoofdcontent

Recensie: "Doordacht essay"

Tzum, recensie De Klimaatparadox, boekbespreking Peter van Druenen,
(door André Keikes)
Moeten technologie en innovatie het zwaartepunt vormen bij de aanpak van het klimaatprobleem of zijn we zelf het probleem en moeten we dáár dus wat aan doen? Historicus Peter van Druenen schreef in de reeks Cossee Essay De klimaatparadox. Met die term bedoelt hij dat we met het nemen van maatregelen die de klimaatverandering helpen tegengaan de mensheid willen redden, die juist zelf de grootste bedreiging voor het klimaat op aarde is.

De mens als blinde vlek

Onderzoekers die willen weten waar we met z’n allen naar toegaan, trekken graag bestaande ontwikkelingen door, om uit te komen bij een punt waarop er problemen ontstaan. Daarover kunnen ze dan hun zorg uitspreken, waarna de maatschappelijke discussie hopelijk losbarst. Volgens Van Druenen hebben we echter een blinde vlek, en dat is de mens zelf. Pleiten voor niet-ingrijpen bij humanitaire rampen, bij terreur of militaire conflicten, ruim baan geven aan euthanasie en zelfdoding en een rem zetten op levensreddende medische behandelingen kunnen begrijpelijkerwijs niet snel op instemming, laat staan sympathie rekenen. Toch moet er wel iets gedaan worden, in de eerste plaats meer nagedacht worden over de exponentiële groei van de wereldbevolking. Daar niet over na willen denken, omdat het zo ongerieflijk klinkt – het ligt niet in de menselijke aard om de eigen soort in te perken –, is feitelijk wegkijken van de mogelijkheid om juist heel veel mensenlevens te redden, die anders, door de klimaatgevolgen, verloren zullen gaan.

Pragmatische kijk op het klimaatvraagstuk

Van Druenen komt in zijn essay uit bij een pragmatische kijk op het klimaatvraagstuk. Hij wil niet nu al zo veel mogelijk geld besteden aan het ‘schoner maken’ van onze leefomgeving, maar eerst investeren in het ‘droog houden’ van de plekken waar we leven, dus ons wapenen tegen de stijging van de zeespiegel, om pas daarna aan de ‘grote schoonmaak’ te beginnen, lees de aanschaf van led-lampen en windmolens. Waarmee hij impliciet aangeeft dat we veel te laat onder ogen hebben willen zien hoe slecht we ervoor staan.

Rapport van de Club van Rome

Van Druenens doordachte essay begint met het in 1968 tot veel rumoer leidende Rapport van de Club van Rome, waarin voor het eerst aandacht werd gevraagd voor de gevaren van overbevolking, tekortschietende voedselproductie, uitputting van natuurlijke hulpbronnen en vervuiling. De leden van de Club wilden, met wetenschappelijk goed onderbouwde rapporten, politiek en maatschappij onder druk zetten om verregaande maatregelen te nemen. Wereldwijd werden er 12 miljoen exemplaren van het boek  verkocht, maar terugblikkend zijn de resultaten, ondanks heel veel debat, teleurstellend geweest. Latere berekeningen van de in het rapport aan de orde gestelde kwesties, gaven zelfs aan dat de gezondheid van de aarde alleen maar verder verslechterd is.
Vermoedelijk is de gekmakende stroperigheid bij de aanpak van het vraagstuk niet in de laatste plaats te wijten aan de onoverzichtelijkheid ervan. En het is ook moeilijk: hoe breng je gestage, wereldomvattende processen zo onder woorden dat beleidsmakers en publiek nog kunnen begrijpen wat er speelt. We hebben niet meer voldoende aan één aardbol, kun je dan zeggen, maar ook dat blijft een abstract verhaal. Misschien is Van Druenens insteek daarom wel de meest effectieve: puur pragmatisme. De cijfers en statistieken enerzijds en de praktijk anderzijds voorlopig maar een beetje uit elkaar houden, om zo de verstaanbaarheid te behouden. Beleidsmakers nemen uiteraard wel kennis van de wetenschappelijke inzichten, maar richten zich in de eerste plaats op de uitvoerbaarheid van maatregelen.

Internet

De klimaatparadox gaat niet op alle thema’s die in het Rapport van de Club van Rome aan de orde werden gesteld even diep in, maar is toegespitst op overbevolking als moeder aller dilemma’s. En laat nu juist dat thema vrijwel ontbreken in het politieke en maatschappelijke debat. Hoe is dat te verklaren, vraagt Van Druenen zich af:
[…] waren er wetenschappelijke inzichten die dit onderbouwden, is het gewoon vergeten of werd het, in een wereld waarin de overleving van het individu meer prioriteit heeft gekregen dan het overleven van de soort, steeds vaker als een ongemakkelijke waarheid ervaren?
Voor de goede orde, Van Druenen heeft het in zijn essay niet over groeperingen die graag roepen dat het ‘te vol’ wordt. Dat is een heel andere, en ook meer ideologisch bepaalde, discussie. Hij heeft het over de overlevingskansen van de aarde en de menselijke soort. Zo schrijft hij onder meer dat als het aantal mensen dat via een smartphone toegang tot internet heeft met een kwart zou toenemen, de wereldwijde energiebehoefte niet meer te bevredigen is. Wat meteen aangeeft dat inzichten steeds opnieuw bijsturing vereisen. Ook het Rapport van de Club van Rome bood maar een tijdelijke impressie, aangezien internet en smartphones destijds nog niet bestonden.

China

Dat dergelijke vraagstukken buitengewoon gecompliceerd zijn, illustreert Van Druenen aan de hand van het voorbeeld China, waar zelfs de in ons deel van de wereld volstrekt ondenkbare éénkindpolitiek weinig anders heeft opgeleverd dan nieuwe demografische dilemma’s. Statistisch zou het beleid binnen enkele generaties tot een halvering van de bevolking hebben moeten leiden, maar ondanks een getemperd groeicijfer, nam de Chinese bevolking tussen 1980 en 2015 fors toe. En met de hogere welvaart en levensverwachting van die toenemende bevolking, is er ook sprake van een snel vermeerderende CO2-uitstoot.

Malthus

Nergens, zo stelt Van Druenen vast, is echter steun te verwachten voor beleid dat verder gaat dan geboortebeperking. Dat is nu zo, dat was vroeger zo. Thomas Robert Malthus, een Brits wiskundige en dominee, die in 1798 al denkbeelden in die richting publiceerde, werd met hoon overladen. Maar hoezeer er ook kritiek denkbaar is op verschillende van zijn standpunten, hij dacht er in ieder geval over na. Vergelijkbare weerstand ondervond in 1971 Dennis L. Meadows, die een deelonderzoek uitvoerde in opdracht van de Club van Rome. Het brengt Van Druenen dus tot de term klimaatparadox: we willen medemenselijk zijn tegen elke prijs, met als dreigend gevolg de ondergang van ons allen.

André Keikes
Peter van Druenen – De klimaatparadox, Cossee, Amsterdam, 128 blz., € 15

Zie ook de website van Tzum: https://www.tzum.info/2018/11/recensie-peter-van-druenen-de-klimaatparadox/

Reacties

Populaire posts van deze blog

Recensie in De uil van Minerva

Het is jammer dat Thierry Baudet de 'Uil van Minerva' heeft misbruikt voor zijn overwinningsspeech uit 2019. Het begrip heeft daardoor een bijklank gekregen die - op zijn zachtst gezegd - niet als positief kan worden gekwalificeerd. In de Griekse mythologie vergezelt deze vogel Pallas Athena, de godin van de wijsheid en was daarmee een symbool voor kennis en wijsheid. De Uil van Minerva is ook een Nederlandstalig tijdschrift voor geschiedenis en wijsbegeerte van de cultuur, uitgegeven onder auspiciën van de Universiteit van Gent. In de vierde editie van jaargang 32 staat een zeer uitgebreide, onderbouwde en op onderdelen behoorlijk kritische recensie van milieuwetenschapper Stijn Neuteleers over  mijn De Klimaatparadox :  De Klimaatparadox Het thema van de bevolkingsgroei speelt een vreemde rol in het milieudebat. Enerzijds rust er een zeker taboe op: er is geen echt debat over dit thema binnen milieukringen. Dit is voor van Druenen het startpunt van zijn analyse en tegeli

Klimaatdebat in de Drvkkery in Middelburg op 2 november 2018

Staat daar nou 'en dergelijke' ? ;-)

Hippocratie

Ik ben het woord nog nergens tegengekomen: Hippocratie, dus munt ik hem zelf maar even. Betekenis: staatsvorm waarin de doctrines van de medische stand boven die van de vigerende staatsvorm zijn gesteld. Naar: Hippocrates, de man van de artsen-eed waarin het heil der zieken centraal staat. Het instellen van een Hippocratie zou tijdelijk moeten zijn: alleen in tijden van ziekte en dreigende massasterfte. Helaas, net nu wereldwijd de hippocratische noodwetten worden versoepeld, lijkt een tweede coronagolf aanstaande. China is al in rep en roer. En: voor zover ik weet spelen economen, psychologen en sociologen in de meeste landen nog steeds de tweede viool. Voor Nederland is nu de vraag: waren halen we straks die tweede 200 miljard vandaan?