Doorgaan naar hoofdcontent

De 'Decamerone' en Corona

Terecht is er in deze tijden van corona aandacht voor Giovanni Boccaccio’s meesterwerk uit 1353: de ‘Decamerone’, een verzameling van honderd novellen, verteld door een gezelschap van drie mannen en zeven vrouwen uit de hogere kringen van Florence. Zij waren de stad ontvlucht voor de pest en hadden hun intrek genomen in een villa in de heuvels. De epidemie kostte tussen 1349 en 1360 aan zo’n 75 miljoen mensen het leven. Acteurs van Internationaal Theater Amsterdam en Het Nationale Theater in Den Haag lezen momenteel onder de regie van Ivo van Hove thuis elke dag voor uit de ‘Decamerone’, Kijk en luister op https://ita.nl/nl/episodes/itas-decamerone/765119/.

Interessant was in dit verband de analyse die de Duitse filosoof Peter Sloterdijk een paar jaar geleden maakte van het antropoceen, het geologische tijdperk waarin we nu leven en waarin de aardbol met alles wat er op leeft, voor het eerst sinds miljoenen jaren de schadelijke invloed van een van haar levensvormen - de mens - ondervindt. Sloterdijk laat het antropoceen beginnen in 1353. Inderdaad: het jaar van de eerste publicatie van de ‘Decamerone’. De honderd verhalen betekenden volgens Sloterdijk een keerpunt in de middeleeuwse literatuur en kondigden het begin aan van de renaissance, een project om de lijdzame berusting in het door God gestuurde menselijk lot te saboteren. Ze was daarmee kwartiermaker voor de Verlichting in de 17e en 18e eeuw, die kan worden gekenmerkt als een project om het lot zelf te saboteren. Het antropoceen kwam in de 18e eeuw tot volwassenheid, na een moeilijke jeugd waarin de traditionele kerk zich met man en macht verzette tegen het verlichte denken en waarin een van de resultanten, de hervorming, zich aanvankelijk nestelde in de schoot van het fundamentalistische godsdenken. In dezelfde periode kwamen de industriële revoluties op gang en gingen machines en minerale brandstoffen de menselijke kracht vervangen in de productieprocessen.

Tot zover Sloterdijk. Aan ons te taak om te zoeken naar de analogie met de coronacrisis van dit moment. Let niet op het verschil tussen de aantallen doden omstreeks 1353 en 2020. Dat is enorm: 75 miljoen tegenover 100.000. Het gaat om de voetafdruk van de twee pandemieën.

Peter van Druenen



Reacties

Populaire posts van deze blog

Recensie in De uil van Minerva

Het is jammer dat Thierry Baudet de 'Uil van Minerva' heeft misbruikt voor zijn overwinningsspeech uit 2019. Het begrip heeft daardoor een bijklank gekregen die - op zijn zachtst gezegd - niet als positief kan worden gekwalificeerd. In de Griekse mythologie vergezelt deze vogel Pallas Athena, de godin van de wijsheid en was daarmee een symbool voor kennis en wijsheid. De Uil van Minerva is ook een Nederlandstalig tijdschrift voor geschiedenis en wijsbegeerte van de cultuur, uitgegeven onder auspiciën van de Universiteit van Gent. In de vierde editie van jaargang 32 staat een zeer uitgebreide, onderbouwde en op onderdelen behoorlijk kritische recensie van milieuwetenschapper Stijn Neuteleers over  mijn De Klimaatparadox :  De Klimaatparadox Het thema van de bevolkingsgroei speelt een vreemde rol in het milieudebat. Enerzijds rust er een zeker taboe op: er is geen echt debat over dit thema binnen milieukringen. Dit is voor van Druenen het startpunt van zijn analyse en tegeli

Klimaatdebat in de Drvkkery in Middelburg op 2 november 2018

Staat daar nou 'en dergelijke' ? ;-)

Hippocratie

Ik ben het woord nog nergens tegengekomen: Hippocratie, dus munt ik hem zelf maar even. Betekenis: staatsvorm waarin de doctrines van de medische stand boven die van de vigerende staatsvorm zijn gesteld. Naar: Hippocrates, de man van de artsen-eed waarin het heil der zieken centraal staat. Het instellen van een Hippocratie zou tijdelijk moeten zijn: alleen in tijden van ziekte en dreigende massasterfte. Helaas, net nu wereldwijd de hippocratische noodwetten worden versoepeld, lijkt een tweede coronagolf aanstaande. China is al in rep en roer. En: voor zover ik weet spelen economen, psychologen en sociologen in de meeste landen nog steeds de tweede viool. Voor Nederland is nu de vraag: waren halen we straks die tweede 200 miljard vandaan?